EUROPA - EUROPEES PARLEMENT
Het Europees Parlement is het enige direct door burgers gekozen orgaan in Europa. Hoewel dit parlement op sommige punten weinig macht heeft, laat dat onverlet dat het belangrijk is dat Europarlementariërs een band opbouwen met hun achterban. Allerlei gegevens laten zien dat die band er niet is.
Voor Newropeans Magazine schreef ik over het fenomeen dat Europarlementariërs nauwelijks aanspreekbaar lijken te zijn op hun onzichtbaarheid voor de burger. Zij geven liever journalisten de schuld, maar dat heeft natuurlijk weinig zin. Zij moeten zelf harder aan de slag.
Willen Europarlementariërs de burger wel bij de EU betrekken?
Newropeans Magazine, 26 maart 2009
Het pleidooi van Europarlementariërs om meer journalistieke aandacht voor Europa is zinloos. Het laat zien dat Europarlementariërs wel graag klagen over een gebrekkige interesse in hun werk, maar dat ze nauwelijks bereid zijn zelf hier iets aan te doen.
Europarlementariërs staan de komende maanden voor de zwaarste taak van hun ambtstermijn: ze moeten ongeïnteresseerde burgers ervan overtuigen dat ze moeten stemmen bij de verkiezingen in juni. Dit zal niet gemakkelijk zijn: burgers hebben weinig interesse in Europa, hebben nauwelijks kennis over Europa en zijn dikwijls niet van plan naar de stembus te gaan. De legitimiteit van het Europees Parlement hangt echter wel van diezelfde burgers af: ze moeten stemmen en ook een idee hebben waarop ze stemmen. Als hieraan niet wordt voldaan, is duidelijk dat het Europees Parlement eigenlijk niemand vertegenwoordigt.
Het lijkt logisch dat Europarlementariërs aan dit probleem willen werken, omdat ze anders de komende jaren regelmatig zullen worden aangesproken op de vraag wiens parlementsleden ze eigenlijk zijn. Toch is niets minder waar: 19 maart werd wederom duidelijk dat diverse Europarlementariërs zich niet verantwoordelijk voelen voor de gebrekkige interesse van burgers: op een symposium aan de Universiteit Antwerpen wisten onder meer Saïd El Khadraoui (SP.A – België) en Ivo Belet (CD&V – België) te melden dat journalisten meer over Europa moeten gaan schrijven. Alleen door meer media-aandacht zouden burgers meer gevoel voor het Europese project kunnen krijgen.
Dit is een zinloos pleidooi. Er is geen organisatie die niet meer media-aandacht wil: alle winkels, producenten, universiteiten en ngo’s willen publiciteit. Zij vinden allemaal hun eigen werk zo belangrijk dat media-aandacht in hun ogen noodzakelijk of wenselijk is: het Europees Parlement staat daarin niet alleen. Journalisten letten in hun werk echter niet op dergelijke wensen, maar op de maatschappelijke agenda. Zolang Europa niet op die agenda staat, zal er weinig berichtgeving zijn. Vooralsnog weinig nieuws over Europa dus. Er zal ook geen burger zijn die daartegen in opstand komt.
Europarlementariërs lijken het meest aangewezen om Europa alsnog op de maatschappelijke agenda te zetten. Deze taak is moeilijk, maar niet onmogelijk. Als journalisten het grote probleem vormen, kunnen de politici op zijn minst experimenteren met nieuwe media om burgers te informeren, en zo journalisten op een effectieve manier te omzeilen. Maar opvallend genoeg doen Europarlementariërs op dat terrein juist weinig, en volgen ze hooguit de trends die door landelijke politici zijn ingezet zoals informatieve websites of Facebook-profielen. Nieuwe media die journalisten overbodig kunnen maken staan niet hoog op hun agenda.
Een andere mogelijkheid is om met aansprekende thema’s te komen, waarvan duidelijk is dat ze weerklank zullen vinden onder burgers. Journalisten zullen dan wel over Europa schrijven. Een van de meest logische thema’s is het gebrek aan Europese democratie. De invloed van burgers op het daadwerkelijke beleid van de EU is ondanks de verkiezingen klein. Die boodschap zou heel veel burgers verontrusten. Europarlementariërs weten dat dit thema zou aanslaan onder burgers: Paul van Buitenen had er in 2004 al succes mee. Waarom laten Europarlementariërs de kans liggen om een dergelijk thema niet te agenderen?
De meest voor de hand liggende conclusie is dat Europarlementariërs niet op een debat met burgers zitten te wachten. Zij weten best dat er nieuwe manieren zijn om burgers via nieuwe media te bereiken, en weten ook dat er Europese thema’s zijn die veel maatschappelijke discussie op zouden kunnen leveren. Europarlementariërs beweren graag dat de band van de burger met Europa moet worden versterkt, maar ze lijken niet bereid daar zelf een bijdrage aan te leveren. Is dat nou desinteresse, onhandigheid, drukte of onwil?