Jongeren en politiek

NRC Handelsblad, 2 juni 2006, p.7

Verwacht geen wonderen van 16-jarige kiezers

Minister Pechtold wil dat jongeren op hun zestiende kunnen gaan stemmen. Dit voorstel valt in een langere reeks van ideeën, initiatieven en campagnes om jongeren bij de politiek te betrekken.

Gemeenten beginnen met jongerenraden, politieke partijen hebben eigen jongerenorganisaties en omroepen zetten sterren als Katja Schuurman in om de politieke interesse onder jongeren te vergroten.

Deze initiatieven hebben onderling hun gebrek aan succes gemeen: jeugdraden kampen met een gebrekkige continuïteit, politieke jongerenorganisaties leiden een zieltogend bestaan en de interviews van Katja Schuurman en Bridget Maasland met premier Balkenende waren alweer van de buis verdwenen voordat ze goed en wel waren begonnen.

Perspectief van jongeren
Om jongeren bij de politiek te kunnen betrekken, moet men hun ideeën over politieke participatie als uitgangspunt nemen. Vanuit hun perspectief stellen bestaande manieren om politiek dichterbij de jeugd te brengen, te hoge eisen. Ze zijn te inspannend, te saai en te irrelevant. Jongeren blijken slechts één politieke activiteit belangrijk te vinden en nemen zich voor die activiteit in de toekomst te gaan uitvoeren: stemmen.

Niets is daarom logischer dan jongeren stemrecht te geven. Een bijkomend voordeel is dat jongeren op 16-jarige leeftijd nog leerplichtig zijn en via school kunnen worden voorbereid op hun eerste gang naar het stemhokje. Dit is bij een deel van de 18-jarigen niet meer mogelijk.

Zelf keuzes maken
Jongeren willen op school graag over politiek leren, maar alleen als het ook relevant voor ze is. Momenteel is politiek een abstract onderwerp, maar dit zal veranderen als ze zelf een keuze mogen maken.

Tegenstanders van het jongerenstemrecht stellen dat jongeren onvoldoende op de hoogte zijn van de politiek om een afgewogen keuze te maken. Jongeren blijken qua politieke kennis echter veel overeenkomsten te hebben met volwassenen: beide groepen ontberen kennis van politieke feiten, maar zij zijn weldegelijk in staat de politiek te doorgronden en partijen op inhoudelijke gronden te onderscheiden.

Deze tegenstanders houden evenmin rekening met de ideeën van jongeren die juist om inhoudelijke redenen willen stemmen en niet op basis van presentatie, imago of persoonlijkheid. Jongeren zeggen zich tevens meer in politiek te gaan verdiepen als ze mogen stemmen.

Geen wonderen
Toch moet minister Pechtold geen wonderen verwachten als zijn voorstel wordt uitgevoerd. Hoewel er een positieve werking vanuit kan gaan, hebben jongeren ook het hardnekkige idee dat politiek saai is. Dit kan niet gemakkelijk worden veranderd, omdat jongeren politieke betrokkenheid onderling vreemd vinden. Zij zien in hun omgeving nauwelijks leeftijdsgenoten die politiek actief zijn of jongeren die politiek leuk vinden.

Jongeren vinden het goed als de jeugd gaat stemmen, maar zij vinden het raar als jongeren nóg actiever zijn. Met andere woorden: het verlagen van de stemgerechtige leeftijd leidt ertoe dat veel jongeren gaan stemmen, maar het zal de meeste jongeren niet plotseling in zeer actieve burgers veranderen. De verwachtingen dienen dus niet te hoog gespannen te zijn. 

Helaas is al lange tijd niets meer vernomen van het voornemen om de stemgerechtigde leeftijd te verlagen. Jongeren hebben zelf weinig te zeggen, en daarom doen twee groepen voor hen het woord: jonge politici die geen vertrouwen bij jongeren inboezemen en jonge denkers die zichzelf op de voorgrond plaatsen omdat ze ‘jong zijn’ maar die inhoudelijk geen toegevoegde waarde leveren.