Wat doen ze daar eigenlijk? Gesprekken met Nederlandse Europarlementariërs

Elke vijf jaar zijn er in Nederland verkiezingen voor het Europees Parlement. Het is voor burgers lastig om een beargumenteerde Europese stem uit te brengen. Kranten en televisie geven relatief weinig aandacht aan de Europese politiek. Daardoor hebben burgers weinig zicht op wat Nederlandse politici namens hen doen in Brussel, Straatsburg en in hun werkzaamheden in het land. Dit boek beschrijft het werk van de Nederlandse Europarlementariërs tussen 2014 en 2019. Zij komen aan het woord over hun activiteiten, de resultaten waar ze trots op zijn en de manier waarop ze contact hebben onderhouden met hun achterban. Daarmee is het een must read voor elke Europese kiezer.

‘Wat doen we daar eigenlijk? Gesprekken met Nederlandse Europarlementariërs’ is geschreven samen met Mendeltje van Keulen, lector Changing Role of Europe aan de Haagse Hogeschool. Het boek is verkrijgbaar in de boekhandel (ISBN: 9789462369221). 

Interview

In Betrouwbare Bronnen, de politieke podcast van Jaap Jansen, praat ik over de onbekendheid van het Europees Parlement, de verschillen met de Tweede Kamer, de activiteiten van Europarlementariërs, het gebrek aan transparantie en de beperkte publieke verantwoording. Het gesprek is hier terug te luisteren.

Recensies en reacties 

“Goede titel, prima boek, waarin bijna alle 26 Nederlandse Europarlementariërs zijn geïnterviewd. Wat eruit opstijgt is dat het Europarlement nog steeds een vertegenwoordiging op één been is, of zelfs een half been.” 
Martin Sommer in De Volkskrant

“Dankzij de Dierenparij is er voortaan ook sojamelk beschikbaar in het ledenrestaurant van het Europees Parlement. Laat premier Rutte het maar niet horen. Hij zou nog kunnen gaan denken dat het parlement er niet toe doet.” 
Ruud Mikkers in De Telegraaf

“De verdienste van Van Keulen en Aalberts is dat zij inzichtelijk maken hoe een Europarlementariër zich in dit ingewikkelde spel relevant kan maken. Noodzakelijk is, sommen ze op, een extreme vorm van specialisatie, ervaring, samenwerking en compromissen willen sluiten.” 
Ruud Ubels in Het Nederlands Dagblad

“Al met al is dit een interessant boek, dat noch in Nederland, noch over de grens een pendant heeft. De interviews zijn boeiend, en het cijfermateriaal biedt een goede aanvulling.” 
Gijs de Vries in Clingendael Spectator

Inhoud

Voorwoord door Bert van Slooten

1. Inleiding

2. Activiteiten van Nederlandse Europarlementariërs

3. Hans van Baalen: ‘Mijn tour of duty is een missie geworden’

4. Wim van de Camp: ‘Wij worden door onze nationale partij tot de orde geroepen’

5. Peter van Dalen: ‘Godsdienstvrijheid staat nu op de agenda van de Europese politiek’

6. Bas Eickhout: ‘Als lobbyisten over je gaan praten, dan doe je het goed’

7. Gerben-Jan Gerbrandy: ‘Je kunt hier zo ontzettend veel macht hebben’

8. Anja Hazekamp: ‘Dierenwelzijn is geen thema wat hier bovenaan de agenda staat’

9. Jan Huitema: ‘Ik probeer één regel uit de nitraatrichtlijn te krijgen’

10. Dennis de Jong: ‘Bij transparantie zie je hoe lang je adem moet zijn’

11. Agnes Jongerius: ‘Ze zeiden: als jij eenmaal in je derde termijn zit, dan snap je ook hoe het werkt’

12. Esther de Lange: ‘Je moet weten dat je met een Deen anders praat dan met een Fransman’

13. Jeroen Lenaers: ‘De meerwaarde van het Europees Parlement zit in de wetgevende voorstellen’

14. Matthijs van Miltenburg: ‘Als je jarenlang wilt duiken voor grote wetgevende dossiers, dan kom je daarmee weg’

15. Anne-Marie Mineur: ‘De SP denkt: we gaan de wereld niet veranderen vanuit Brussel’

16. Caroline Nagtegaal-Van Doorn: ‘Ik wil Europa in de huiskamer brengen’

17. Lambert van Nistelrooij: ‘Met geld kun je de harten van de mensen niet kopen’

18. Kati Piri: ‘Je kan hier mensen laten zien dat hun stem wordt gehoord’

19. Judith Sargentini: ‘Bij mijn Hongarije-rapport heeft iedereen kleur moeten bekennen’

20. Annie Schreijer-Pierik: ‘Ministers zeggen altijd dat iets moet van Brussel, maar dat is niet zo’

21. Paul Tang: ‘Als je alleen doet wat haalbaar is, is politiek ontzettend oninteressant’

22. Sophie in ’t Veld: ‘Politiek gaat niet over goed of kwaad, maar over rottige dilemma’s’

23. Conclusie